Drie dode meesters (1997)

eerste druk 1997 tweede druk 2002
(achterplat) Kerstdag, zes uur 's ochtends, er is een man vermoord.
Gruwelijk vermoord, want met hoofd en handen ondergedompeld in ziedend frituurvet. Op het Falconplein, ook bekend als 'het Rode Plein', vindt Carpentier adjudant-chef Tillemans van de BOB, die hem het onderzoek afhandig wil maken. Dewit botst op Sveta, een mooie Georgische die een peetvader heeft, die helaas de peetvader van de 'Russische maffia' is.
De 'Russische maffia' blijkt een verzamelnaam voor een hoop tuig van allerlei nationaliteiten, de Belgische niet uitgezonderd.
Terwijl Carpentier en Dewit proberen met beide voeten op de grond te blijven, wordt er tegen hen geïntrigeerd door gevaarlijke vijanden en minstens even gevaarlijke vrienden. Ondanks tegenwerking uit de meest onverwachte hoek, slagen zij erin de Gruwelijke Frituurmoord, zoals de media de zaak noemen, op te lossen.
(achterplat) Een man wordt op wrede wijze geliquideerd: hij is met handen en voeten ondergedompeld in ziedend frituurvet op het Falconplein in Antwerpen. De pers heeft het in geuren en kleuren over de Gruwelijke Frituurmoord. Door die misdaad stoten de speurders Carpentier en Dewit op een smokkelroute tussen Rusland en Europa. Er worden onder meer al dan niet vervalste doeken van Rubens verhandeld. 
Via Sveta, een bloedmooie Georgische, komen ze in aanraking met de Russische maffia. Het Falconplein wordt niet voor niets ook het Rode Plein genoemd.
Ondanks alle tegenwerking en intimidaties, ook uit de meest onverwachte hoek, slagen de speurders erin de frituurmoord op te lossen.

Over Drie dode meesters:

Arno Ruitenbeek in Haagse Courant:
"De Belgische ex-journalist Piet Teigeler heeft na drie probeersels, opklimmend in kwaliteit, zijn (voorlopige) top bereikt met 'Drie dode meesters'.
Het zijn de details die deze thriller ver boven de middelmaat doen uitstijgen."
VN's Detective & Thrillergids:
"Mooie intrige die Carpentier niet mag oplossen omdat de rijkswacht hem dawarszit. Mooi maffiamilieu en als extraatje slaapt Dewit met cultureel anders geaarde Russin. (***)
Willy Copmans:
"Piet Teigeler bezorgt de lezer een niet alledaags boek. Thematisch is het trouwens bijzonder actueel. De schrijver kent de handel en de wandel van de verschillende politiediensten. Van die kennis maakt hij handig gebruik om een goed gedocumenteerde misdaadroman af te leveren. Boeiend, maar uiteraard literatuur en dat blijft vertekening van de werkelijkheid. Toch is dit absoluut vakwerk."
Jan Luybens in De Standaard der letteren:
"Teigeler bouwt een mooie plot rond de immer nostalgische Carpentier en de wat minder voorspelbare en soms roekeloze Dewit, die een scheve schaats rijdt en warempel de smaak van alcohol te pakken krijgt. Een aardig extraatje is het optreden van Alfons De Ridder in de rol van expediteur. Per slot van rekening zijn we in Antwerpen."


© Piet Teigeler