De atomium-tapes (1977)

Teigeler schreef samen met E. van Hee twee misdaadromans onder het pseudoniem Woody Dubois, te weten De Atomium-tapes (1977) en Het Noordzee-incident (1978).

"Hebben ze daar [in Nederland] écht mijn jeugdzonden opgegraven? Zijn ze nog te lezen? Ik heb de moed niet, hoewel ze hier nog wel ergens in de kast liggen. Het was hard werken indertijd. Nou ja, toen Bruna, na twee boekjes van ons (Piet T. + E. Van Hee) failliet ging, was ik er in ieder geval niet rouwig om. Ik wist niet dat mijn revanche twintig jaar lang zou uitblijven..."
Piet Teigeler, in een e-mail aan Patrick De Bruyn, september 2001.

Op het achterplat:

EEN NIEUWE, FLITSENDE, SNOBISTISCHE HELD

Woody Dubois is zowel hoofdpersoon als auteur van een nieuwe, opvallende reeks spionagethrillers. Dubois is public-relationsman in de wervelende, sophisticated EEG-hoofdstad, waar financiële, seksuele en politieke belangen om de voorrang strijden. In deze wereld van cocktailparty's, seks en sleutelclubs kan de J&B-drinkende, moderne-kunstverzamelende Woody zich met zijn Siamese ex-kater Planchet uitstekend staande houden. Tot hij via een collega de japanner Takahashi op zijn dak geschoven krijgt, die een sight-seeing door Brussel wil maken. Via de Grote Markt en het Atomium belanden Woody en Takahashi in het crematorium van Ukkel, alwaar Takahashi merkwaardig veel belangstelling toont voor de gecremeerde. Maar even later is de japanner zelf rijp voor crematie, en er begint een adembenemende jacht op zowel de geheimzinnige Atomium-tapes als Woody, die totaal onwetend is van wat er boven zijn hoofd hangt, en die zich van het bed van de ene blonde schone naar de massagesalon van de andere brown beauty rept, en die zijn bizarre mini met de 6-cilinder Triumph-motor (goed voor 1 220 km per uur) meer dan nodig blijkt te hebben ...

Achter het geheimzinnige pseudoniem Woody Dubois schuilt een tweetal bekende auteurs die voor de opzienbarende Woody Dubois-boeken besloten hebben hun krachten te bundelen.

 

© Piet Teigeler