Laarmans legde zijn vulpen neer. Zoals het er nu stond, was het minder waarheidsgetrouw, maar had het de mysterieuze charme van een queeste gekregen.
Het verslag waar hij negen jaar geleden aan was begonnen, was met het verstrijken van de jaren tot perfecte fictie gepolijst. De drie Afghaanse zeelui, die hij in die fatale novembernacht had ontmoet, waren niet lafhartig vermoord. Maria Van Dam was mysterieus en ongrijpbaar gebleven en de geheime diensten van Duitsland en Engeland hadden hun gezicht niet verloren.
Zelfs de Belgische Staatsveiligheid had hij niet ter sprake hoeven te brengen. De commissaris, waar hoofdinspecteur Chevalier zo tegen op had gezien, was door de nazi's om het leven gebracht in het kamp van Breendonk. De man had een tweede leven geleid, dat zich geheel in de schaduw had afgespeeld. Waarom hem postuum ontmaskeren als spion en medewerker van MI5?
Had de mensheid voorlopig niet genoeg spionnen gezien? Had spionnenhysterie er de chef van de Staatsveiligheid, Robert De Foy, niet toe aangezet om, in mei veertig, duizenden onschuldige mensen te laten aanhouden en wegvoeren naar concentratiekampen in Frankrijk? Wie moest zich verantwoordelijk voelen voor de moord op éénentwintig politieke gevangenen in Abbeville?
Eénentwintig mannen en vrouwen, waaronder Duitsers, maar ook Vlamingen als Joris Van Severen en Jan Ryckoort, Walen als Lucien Bonami en anonieme Italianen, vermoord door Franse soldaten. Daar was de oorlog in de Lage Landen mee begonnen. Vijf jaar later waren er miljoenen doden, was de atoombom gevallen, waren de vernietigingskampen ontdekt. Was het, tegen die achtergrond, gepast om een fait divers uit de laten jaren dertig gedetailleerd uit de doeken te doen? Interesseerde het nog iemand te vernemen of de drie Afghanen de eerste de beste hadden aangesproken, dan wel Laarmans hadden opgewacht? Wie wilde er nog weten waarom er op de kieslijsten van voor de oorlog een Maria Van Dam voorkwam, die in het Hotel Carlton woonde?
Tenslotte waren de hoofdrolspelers intussen gestorven, of waren ze van plan hun hachelijke avonturen zo snel mogelijk te vergeten. Mit Van Dam was in Londen het slachtoffer geworden van één van de eerste luchtaanvallen van de Blitz. Chevalier had een medaille gekregen voor iets onduidelijks dat hij tijdens de bezetting had gedaan. Als nieuwbakken commissaris bij de gerechtelijke politie, zou hij er feestelijk voor bedanken te worden vernoemd in een relaas over troebele gebeurtenissen in 1938.
Wilhelm Canaris, die de hele oorlog was blijven aarzelen tussen zijn haat voor de nazi's en zijn loyaliteit aan het Vaterland, was uiteindelijk medeplichtig bevonden aan de aanslag van Stauffenberg op Hitler. Na hem te hebben vernederd en mishandeld, hadden SS-officieren in april vijfenveertig de legendarische chef van de Abwehr opgehangen in het concentratiekamp Flossenburg.
Tarcitius Stockmans stond aan het hoofd van een bloeiend transportbedrijf, dat hij twee jaar geleden had opgestart met een Amerikaanse vrachtwagen van onduidelijke herkomst. Zijn nek was te dik geworden om zelfs maar toe te geven dat hij ooit waterklerk was geweest.
En Karel De Keizer. Tja, dat was een speciaal geval! Nadat hij uit het ziekenhuis ontslagen werd, was hij meteen naar Duitsland gereisd. Daar had hij Christina von Luckner niet gevonden. Omdat hij een vervelende pottenkijker was, werd hij na een paar weken al over de grens gezet. Vijf jaar later had hij zijn geliefde echter wél gevonden: in het vrouwenkamp Ravensbrück.
Hoe De Keizer, als verbindingsman van de OSS, bij het Russische leger was verzeild, had hij Laarmans nooit verteld. Die had hem in negenendertig een mooie toekomst als uitgever voorgespiegeld, maar Karel was weer naar zee gegaan. In september vierenveertig, bij de bevrijding van Antwerpen, was hij kortstondig op bezoek geweest bij zijn vroegere baas. De Keizer droeg toen een Amerikaans uniform en had sergeantsstrepen op zijn mouw. Later had hoofdinspecteur Chevalier, tijdens een toevallige ontmoeting, verteld dat zijn zwager Tina had weergevonden. Hoewel zij pas in maart vijfenveertig naar Ravensbrück werd gebracht, scheen zij er slecht aan toe te zijn. Er waren natuurlijk de mishandelingen door de SS, maar er waren ook hardnekkige geruchten over massaverkrachtingen door de bevrijders van het Rode Leger.
En nu hadden zij blijkbaar een kindje.
Laarmans draaide het kaartje in zijn handen om. Lorna en Charlie Kaiser meldden de geboorte van hun zoon, James. Karel noemde haar blijkbaar nog steeds Lorna en zijn assistent had zij naam nu definitief verengelst. Een nieuw begin!
De hele wereld was opnieuw begonnen en zo was het goed. De kinderen die nu werden geboren zouden de generatie van de vooruitgang zijn. Met een beetje geluk, misschien ook de generatie van de vrijheid en van de liefde. De vrijheid die wellicht ooit autonomie voor Vlaanderen zou brengen, de liefde die de wonden van de slachtoffers zou helen. De slachtoffers van de oorlog, zowel als de slachtoffers van de redeloze repressie die erna kwam.
Even aarzelde Laarmans nog, maar dan zette hij met kalligrafische krullen 'Antwerpen 1947' onder zijn verslag. Dit was het wat hem betrof, en als iemand anders ooit over de kleine ongerijmdheden struikelde, dan moest dat maar. De wil des Heren was immers ondoorgrondelijk.