Het is de oplettende lezer van Willem Elsschots Het
Dwaallicht ongetwijfeld opgevallen dat Frans Laarmans zich, in zijn eigen krantenwinkel, voor ene Verbruggen uitgeeft. Toegegeven, dat hoeft op zichzelf nog niet te betekenen dat de man een dubbel leven leidt. Maar wat te denken van het feit dat Laarmans beweert privé-detective te zijn, alleen maar om aan een politieman het adres van een jonge vrouw te ontfutselen? Zou iemand zo ver gaan om wildvreemde zeelui te plezieren, die hij geringschattend 'zwartjes' noemt? Is Laarmans echt zo naïef te geloven dat moslims niet weten wie Jezus is? En vooral: zou een man, die uit andere verhalen naar voren komt als een echte bon vivant, gewoon naar huis gaan als hij eindelijk het juiste adres van Maria Van Dam ontdekt heeft? Geef toe: u heeft zich ook al afgevraagd, wat er echt gebeurd zou kunnen zijn in die novembernacht van 1938.
Wij zouden er beslist nooit zijn achtergekomen zonder die toevallige ontmoeting op het kerkhof van Billerica.
De maand juni 2001 was uitzonderlijk heet en vochtig in New England en op de dodenakker van de kleine gemeenschap, ten noordwesten van Boston, waren er meer wandelaars dan rouwenden. Het kerkhof ligt namelijk op de noordflank van een stompe heuvel en het wordt overschaduwd door eeuwenoude loofbomen.
De grafsteen was niet opvallender dan de twee kleine monumentjes aan weerszijden, maar het woord 'Antwerpen' sprong in het oog. Kijk, een stadsgenoot die hier gestorven was, helemaal aan de andere kant van de oceaan!
Charlie Kaiser, overleden in 1978, was in Antwerpen geboren in 1901. Hij was bijgezet in het graf van zijn 'loving wife', Lorna. Die was al veel eerder gestorven: in 1958.
'She killed herself!' zei een stem, die aan een welgedane heer van middelbare leeftijd bleek toe te horen. De man droeg shorts onder een waikikihemd en hij had een schepje in de hand en een mandje met viooltjes.
De man, die Jim Kaiser bleek te heten, knielde op het graf en begon de bloemetjes in de aarde te planten.
'Mijn moeder heeft er zelf een einde aan gemaakt,' zei hij met de ontwapenende openhartigheid, die het waarmerk van de Amerikanen is. 'De oorlog, you know, zij heeft het niet kunnen verwerken!'
Het nieuwe millenium was al begonnen, maar de gruwelen van zestig jaar terug waren opeens aanwezig, als een oude nachtmerrie die je deze keer in kleur droomt.
Na een tijdje, stak Jim zijn hand uit om recht geholpen te worden en nodigde hij ons bij hem thuis uit. Jim was beursmakelaar en woonde op een vrijgezellenflat in New York, maar elke vrijdag nam hij trouw de shuttle naar Boston, om het weekend door te brengen in zijn ouderlijk huis.
Jim Kaiser had een tour in Vietnam overleefd en je hoefde hem niet uit te leggen dat oorlog absurd was. Bezoek uit het homeland van zijn vader, vond hij een buitenkans om contact te maken met zijn roots. Hij schonk 'Stella Artois', bezat een foto van Brabo en kon koekeloerenhaan zeggen.
Na twee biertjes, diepte hij uit een kast een cahier op, waar 'Kladschrift' op gedrukt stond. Daar had zijn vader dingen in opgeschreven in zijn moedertaal. Dat was Flemish, wist Jim; Belgian was geen taal.
De notities begonnen in 1938 en beschreven De Keizers ontmoeting met Lorna Lincoln. Een fragmentarische vertaling, voor de vuist, bracht een glimlach op Jims gezicht. Ja, dat verhaal kende hij, zijn vader had het hem honderd keer verteld. Maar er was veel meer. Zou het moeilijk zijn om dat in het Engels te vertalen?
Nee, het was niet moeilijk, wel ingewikkeld. En Jim heeft de juiste toedracht nooit vernomen, want enkele weken later werd hij zelf ingehaald door het absurde. Een gekaapt passagiersvliegtuig vloog dwars door zijn kantoor in het World Trade Centrum. Zijn lijk werd nooit geïdentificeerd.
Het levensverhaal van een Antwerpse zeeman en een Duitse freule keerde dus terug naar Antwerpen. Veel van De Keizers notities zijn om verschillende redenen ongebruikt gebleven. Omdat ze te maken hadden met de oorlogstijd na 1938, en dus bij een ander verhaal hoorden. Omdat ze tot de intimiteit van een liefdespaar moesten gerekend worden en dus niet voor publicatie waren. Of omdat ze onduidelijk waren of tegenstrijdig.
Sommige feiten waren gemakkelijk te verifiëren. De City of Rangoon bijvoorbeeld, vaarde de hele oorlog in konvooien en werd in 1947 gesloopt. Van een kapitein, die Cunningham heette, maken de archieven van Ellerman Lines echter geen melding. Gebruikte de kapitein van de Rangoon in Antwerpen misschien een alias?
Dat is het probleem met stories als deze. Fictie kun je mooi afronden, op het einde van je verhaal kun je nog wat losse draden instoppen en als het allemaal te onwaarschijnlijk overkomt, verzin je wat anders. De waarheid is haast per definitie onwaarschijnlijk. Het leven schrijft immers geen romans en logica is geen biologische factor.
Wie was bijvoorbeeld de vrouw die uit een Maybach stapte en aan boord van de Rangoon ging? Hirsch, de joodse migrant, die het gebeuren aan Laarmans vertelde, zegde dat zij vlot de loopplank opliep en je zou daar kunnen uit concluderen dat zij een jonge vrouw was. Maar Mit Van Dam stierf in Londen in een luchtaanval. Hoe kwam zij in Engeland? En zij was weliswaar tweeënzestig, maar wel haar hele leven gewend loopplanken te gebruiken. Men moet aannemen dat Tina von Luckner, de eigenaresse van de Maybach, haar tegenstandster geholpen heeft om met het Britse schip aan de Gestapo te ontkomen, maar de notities van De Keizer zeggen hier helemaal niets over.
Waarom stond Hedy Lamarr op de foto met de chef van MI5? En waarom wonden de leden van de Antwerpse Gestapo zich daar over zo op? Mysterie!
Hoewel? Het is ontegensprekelijk geboekstaafd dat Hedy Lamarr, onder haar meisjesnaam Hedwig Kiessler, op 10 juni 1941 in Amerika, een patent aanvroeg op een systeem om draadloos torpedo's te geleiden. Het systeem, dat zij had bedacht in samenwerking met haar buurman, de componist George Antheil, maakte gebruikt van geperforeerde kartonnen rollen, zoals ze ook dienden in mechanische piano's. Het werd dus weggelachen door de hoge heren van de Amerikaanse marine. Toen de transistor eenmaal was uitgevonden, maakte de navy echter wel gebruik van Hedy's uitvinding, die tevens aan de basis ligt van de huidige mobiele telefonie. Tegen die tijd was het originele patent echter verlopen en Hedy en haar buurman kregen er nooit een cent voor. Hedy Lamarr overleed in januari 2000. Haar eerste man, de munitiefabrikant Fritz Mandl, was toen al dood. Men kan zich afvragen of er in het hiernamaals zoiets als leedvermaak bestaat.
Canaris en Churchill hebben beiden memoires en dagboeken nagelaten. Het gerucht gaat dat die van Canaris, na zijn dood, vervalst zijn. Churchill van zijn kant, was niet vies van een leugentje om bestwil.
In ieder geval vermeldt geen van beide staatslieden een ontmoeting in Antwerpen, die voortijdig zou zijn afgelast in november 1938. Bovendien is het zeer de vraag of voorkennis van 'Fall Weiss', Hitlers plan voor de invasie van Polen, de Britten voortijdig zou hebben doen ingrijpen. De wereld wilde liever geloven dat er geen oorlog zou komen en vooraleer de inval in Polen een feit was, had Churchill vrijwel geen medestanders.
Maar het blijft verleidelijk te speculeren of een krachtdadig ingrijpen van de latere geallieerden, gesteund door de verzetslieden in de hoogste regionen van de Wehrmacht, de tweede wereldoorlog zou vermeden hebben. In zijn notities gelooft Karel De Keizer van wel. Mogelijk had hij daar goede redenen voor, mogelijk hadden zijn tijdgenoten hem maar wat wijsgemaakt.
Hoe dan ook: tijdgenoten, die elkaar wat wijsmaken, schrijven al eeuwen mee geschiedenis.